Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.3.3

Criteria voor vergunningverlening

Onderdeel van Huisvestingsverordening Leusden 2003 (gewijzigd per 8 maart 2007)

Het college verleent de huisvestingsvergunning, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt behoort tot de ingevolge paragraaf 2.4 (toelating) aangewezen categorieën van woningzoekenden ; de woonruimte wordt met toepassing van het bepaalde in paragraaf 2.5 (passendheid) passend geacht ; er is voor de woonruimte geen gegadigde waarvoor met toepassing van het bepaalde in paragraaf 2.8 (toewijzing bij urgentie) de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringender noodzakelijk is. Deze voorwaarde is alleen van toepassing indien de woonruimte niet door de eigenaar ervan betrokken wordt. Het in het vorige lid, sub c, bepaalde blijft buiten toepassing, indien zich een situatie voordoet als aangegeven in artikel 9 van het besluit (medehuurderschap en voorgenomen woningruil). Op of bij de huisvestingsvergunning vermeldt het college de volgende informatie: de namen van de personen die als vergunninghouder worden aangemerkt; het adres van de woonruimte; de mededeling dat de vergunning kan worden ingetrokken indien er binnen 8 weken na de datum van afgifte van de huisvestingsvergunning geen gebruik van is gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel