Het college kan afwijken van het bepaalde in paragraaf 2.6 (wijze van aanbieden) ten behoeve van de toewijzing aan:
vrouwen die verblijven in een opvangtehuis in de provincie, waarover met betrekking tot de toewijzing van woonruimte in provinciaal, regionaal of lokaal verband afspraken zijn gemaakt;
personen uit erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen in de provincie, over wie met betrekking tot toewijzing van woonruimte in provinciaal, regionaal of lokaal verband afspraken zijn gemaakt;
statushouders waarvoor een taakstelling is opgedragen;
huurders en eigenaar-bewoners van woningen in Leusden die in het belang van de volkshuisvesting of ter uitvoering van openbare werken in het algemeen belang, gesloopt of ingrijpend verbeterd moeten worden.
Het college is bevoegd van de bepalingen van deze verordening af te wijken teneinde experimenten mogelijk te maken ter versterking van het volkshuisvestingsbeleid, waaronder in elk geval bevordering van de doorstroming.
In afwijking van paragraaf 2.7 (bepaling rangschikking) kan het college bij de eerste huisvestingsvergunning-verlening voor nieuwbouwwoningen afzonderlijke criteria vaststellen.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.1 kan het college bepalen dat ten aanzien van vergunningverlening voor aanleun- en zorgwoningen het gestelde in paragraaf 2.5 en 2.6 buiten werking wordt gesteld.
Over de uitvoering van lid 1 t/m 4 wordt advies gevraagd aan de partijen die met de uitvoering van de woonruimteverdeling zijn belast.
Hoofdstuk
Artikel 3.1
nadere afperking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Leusden 2003 (gewijzigd per 8 maart 2007)