Het declareren van de reis- en verblijfkosten geschiedt op de door het college voorgeschreven wijze, onder overleggen van de vereiste bewijsstukken.
Indien van derden een vergoeding wordt ontvangen of kan worden ontvangen voor de in deze regeling bedoelde kosten, wordt deze in mindering gebracht op de vergoeding waarop volgens deze regeling aanspraak bestaat.
De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de betrokkene de declaratie indient na drie maanden na het jaar waarop de declaratie betrekking heeft.
Artikel 8
Reisdeclaraties
Onderdeel van REGELING REIS- EN VERBLIJFKOSTENVERGOEDING GEMEENTE MAASTRICHT 2016