Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen met een maximum van vijf minuten per persoon. Tenzij de raad op voordracht van de voorzitter anders beslist.
Het woord kan niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter open staat of heeft opengestaan;
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
indien een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
de vaststelling van de besluitenlijst van de vorige vergadering
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ter vergadering aan de voorzitter. Hij vermeldt daarbij zijn naam en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 14
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Venray 2017