Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 38.

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Venray 2017

Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen veertien kalenderdagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien vragen om moverende redenen niet binnen de termijn kunnen worden beantwoord, dan kan het college de beantwoording verdagen met veertien dagen. Dit zal schriftelijk aan de vragensteller worden meegedeeld. Als de vragen ten minste vijf kalenderdagen voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden met inachtneming van het derde lid. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel