De inzet van de subsidie is in beginsel vormvrij, waarbij per project naar de optimale ondersteuningsvorm wordt gezocht. De subsidie kan, maar zeker niet uitsluitend, worden verstrekt in de vorm van:
een garantstelling;
een renteloze lening;
een storting in een (revolverend) fonds;
de inzet van externe deskundigheid bij gemeenten (gedurende minimaal 3 en maximaal 12 maanden);
de inzet van externe deskundigheid bij collectieven van particulieren (‘initiatiefgroepen’) ten behoeve van vernieuwend opdrachtgeverschap;
een bijdrage aan de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid.