Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Drempelbedrag

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Enschede 2017

1.. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van een reisafstand van 3 kilometer per openbaar vervoer te boven gaan. 2.. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van de reisafstand van 3 kilometer per openbaar vervoer , indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300,-, met dien verstande dat de verhoging van de eigen bijdrage ten opzichte van het voorgaande jaar maximaal 5% bedraagt. 3.. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart voor een reisafstand van 3 kilometer redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. De kosten worden berekend op basis van het aantal schooldagen, vervoersmomenten, en het tarief van het openbaar vervoer geldend op 1 januari in het jaar t van het schooljaar t/t+1. 4.. Het bedrag van € 24.300,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,-. 5.. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. 6.. Per gezin wordt per schooljaar voor niet meer dan 1 leerling het drempelbedrag geheven. De hoogte van het drempelbedrag bedraagt niet meer dan de kosten voor een reisafstand van 3 kilometer per openbaar vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel