**1..** Gedeputeerde staten verhogen het op grond van artikel C.6 bepaalde salaris van de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, met
1% van dit maximumsalaris indien blijkens een beoordeling de duurzame groei in het functioneren niet geheel aan de gestelde eisen voldoet;
3% van dit maximumsalaris indien blijkens een beoordeling de duurzame groei in het functioneren aan de gestelde eisen voldoet;
4% van dit maximumsalaris indien blijkens een beoordeling de duurzame groei in het functioneren de gestelde eisen in ruime mate overtreft;
6% van dit maximumsalaris indien blijkens een beoordeling de duurzame groei in het functioneren de gestelde eisen in uitzonderlijke mate overtreft.
**2..** Is het verschil tussen het salaris van de ambtenaar en het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal minder dan de in het eerste lid genoemde 1%, onderscheidenlijk 3%, 4% en 6% van het maximumsalaris, dan verhogen gedeputeerde staten het salaris, indien is voldaan aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, tot het bedrag van het maximumsalaris.
**3..** De beslissing over verhoging van het salaris op grond van dit artikel nemen gedeputeerde staten telkens na een periode van in de regel 12 maanden.
HOOFDSTUK C › Paragraaf 2
Artikel C.7