De ambtenaar ontvangt vóór zijn indiensttreding schriftelijk bericht van zijn aanstelling. Daarin worden, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel II, tweede lid, onderdelen a tot en met i, van de Wet van 2 december 1993 (Staatsblad 1993, 635), in elk geval vermeld:
de geboorteplaats en geboortedatum van de ambtenaar;
indien de aanstelling voor bepaalde tijd geschiedt de reden van de aanstelling;
het organisatieonderdeel waarbij hij is geplaatst
de periode van benoeming in de functie;
de salarisschaal en de toelagen die hem zijn toegekend;
zijn deelname aan de pensioenregeling.
HOOFDSTUK B › Paragraaf 1
Artikel B.4