Naar hoofdinhoud

Afdeling III.

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Parkeerverordening Haarlem 2017

1.. Het is verboden parkeerapparatuur met andere middelen dan die welke in de kennisgeving op of bij de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen 2.. Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan: een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld; een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is verstreken. 3.. Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer: aan de houder van het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig een ontheffing is verleend voor het parkeren op de betreffende categorie parkeerapparatuurplaatsen en; het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van die ontheffing en; niet gehandeld wordt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen.

Rechtspraak bij dit artikel