**1..** Het is verboden parkeerapparatuur met andere middelen dan die welke in de kennisgeving op of bij de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen
**2..** Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:
een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld;
een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is verstreken.
**3..** Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer:
aan de houder van het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig een ontheffing is verleend voor het parkeren op de betreffende categorie parkeerapparatuurplaatsen en;
het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van die ontheffing en;
niet gehandeld wordt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen.