Naar hoofdinhoud

Afdeling II.

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Parkeerverordening Haarlem 2017

1.. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en een ontheffing verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. 2.. Deze vergunning/ontheffing als bedoeld in artikel 4, lid 1 voor het betreffende kenteken kan worden verleend aan de houder van een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig, niet zijnde een kampeerwagen, vrachtauto of groot voertuig, wanneer deze: ingeschreven staat op een woonadres in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als zone B of zone S, met dien verstande dat: per woonadres maar één ontheffing wordt verleend, en; de houder van het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig geen beschikking heeft over eigen parkeergelegenheid, of ingeschreven staat op een woonadres in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als zone C, met dien verstande dat als de bewoner eigen parkeergelegenheid heeft, deze parkeerplaats of parkeerplaatsen in mindering wordt of worden gebracht op het aantal te verstrekken parkeervergunningen; als bedrijf gevestigd is in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als parkeerzone: af te geven vergunningen/ontheffingen voor bedrijven worden afgegeven op naam en niet op kenteken; aanvullende voorwaarden voor af te geven vergunningen/ontheffingen voor bedrijven worden door het college vastgesteld in nadere regels. het motorvoertuig gebruikt voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; een sociaal, maatschappelijke functie uitoefent (zone A). 3.. Aanvrager wordt geacht te beschikken over eigen parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder a., sub II en b., sub III, indien de aanvrager woont op een nieuw- of verbouwcomplex dat voldoet aan de parkeernorm, zoals bedoeld in artikel 2.5.30 van de Haarlemse Bouwverordening, dan wel in het betreffende bestemmingsplan. 4.. Het college kan aan bewoners van het gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn een vergunning afgeven waarmee voor maximaal drie uur aaneengesloten in dit gebied geparkeerd kan worden. Per woonadres worden maximaal twee vergunningen verstrekt. Deze vergunning wordt verstrekt aan de bewoner aan wie een vergunning voor de eerste auto, als bedoeld in lid 2 jo. artikel V van het Besluit Parkeerregulering, is afgegeven. Is op een woonadres geen vergunning, als bedoeld in lid 2, afgegeven dan wordt de vergunning, als bedoeld in dit lid, verstrekt aan de bewoner die het langst op dat woonadres verblijft. 5.. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning/ontheffing ook verlenen aan een houder van gehandicaptenvoertuigen dan wel motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in lid 2 genoemde voorwaarden. 6.. Het college kan op verzoek een tijdelijke vergunning/ontheffing verlenen voor het parkeren op belanghebbenden-/parkeerapparatuurplaatsen. Deze tijdelijke vergunning/ontheffing wordt verleend aan: diegene die tijdelijk een beroep of bedrijf uitoefent in de directe omgeving van deze plaatsen en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is op een parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats een motorvoertuig te parkeren; diegene die tijdelijk beschikt over een ander gehandicaptenvoertuig dan wel motorvoertuig dan dat op welks kenteken een vergunning zoals bedoeld in artikel 4, leden 1, 2 en 3, is verstrekt; diegene die in het huwelijk treedt in een door het college aangewezen trouwlocatie gelegen in een gebied met parkeerapparatuurplaatsen en / of belanghebbendenplaatsen, indien en voorzover in het aanwijzingsbesluit trouwlocatie voorzien is in de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning, op de dag van het huwelijk; een uitvaartonderneming voor maximaal drie volgauto’s, op de dag van de begrafenis. 7.. Een tijdelijke vergunning als bedoeld in lid 6 kan niet worden verstrekt indien het betreft een parkeerbelastingplaats binnen zone B, zoals aangewezen in het Besluit parkeerregulering. Uitzondering hierop vormen de tijdelijke vergunning: a. als bedoeld in lid 6, onder c., indien en voorzover in het aanwijzingsbesluit trouwlocatie van het college is voorzien in de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning; b. als bedoeld in lid 6, onder d. 8.. Het college kan aan een vergunning/ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning/ontheffing voor autodate kan het college tevens voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel