**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1000,00;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1000,00 tot € 2000,00;
40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000,00 tot € 4000,00;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4000,00 of hoger.
**3..** Indien er geen benadelingsbedrag kan worden vastgesteld wordt afhankelijk van de omstandigheden een verlaging toegepast van maximaal 100 procent van de bijstandsuitkering gedurende één maand.
**4..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, in die zin dat het toegestane verblijf in het buitenland door belanghebbende is overschreden, wordt een verlaging toegepast van 10 procent van de bijstandsuitkering, gedurende een maand voor elke week of deel van een week, waarmee het toegestane verblijf in het buitenland door belanghebbende is overschreden, met een maximum van 3 maanden bij de eerste overschrijding in een kalenderjaar. Bij een tweede overschrijding binnen een kalenderjaar kan de duur of de hoogte van de toe te passen afstemming worden verdubbeld.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 4
Artikel 37
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Participatieverordening gemeente Barneveld