Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel C

Artikel C

Onderdeel van Verordening inzake de verlening van vergunningen voor het parkeren

Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen. Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn, dan wel een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in relatie tot de uitgiftecriteria om in dat gebied een motorvoertuig te parkeren. De eigenaar of houder van een motorvoertuig (voertuig) die voldoet aan beide in het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, geacht te beantwoorden aan de onder "a" genoemde voor¬waar¬de. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden. Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrek¬king tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Burgemeester en wethouders kunnen een dagvergunning verlenen aan bedrijven, die een voertuig bezigen bij het verrichten van herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, voor zover dit voertuig voor het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie op belanghebbendenplaatsen moet worden geparkeerd.

Rechtspraak bij dit artikel