Een briefadres wordt gekozen voor de duur van maximaal één jaar. Als het recht op een briefadres na afloop van deze termijn nog steeds van toepassing is, kan de duur met telkens zes maanden worden verlengd.
Een briefadres op grond van artikel 2 lid 1 onder c wordt gekozen voor de duur van maximaal acht maanden.
Een briefadres op grond van artikel 2 lid 1 onder d wordt gekozen voor de duur van maximaal 24 maanden.
Een briefadres op grond van artikel 2 lid 1 onder e wordt gekozen voor de duur van maximaal drie maanden. Als het recht op een briefadres na afloop van deze termijn nog steeds van toepassing is, kan de duur met maximaal drie maanden worden verlengd.
Indien een briefadres is verstrekt op grond van artikel 2 lid 3, hoeft geen verantwoording gegeven te worden voor de termijn die door de instelling is aangegeven.
In de situatie zoals bedoeld in artikel 2 lid 4, mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht.
Ieder kwartaal dient de briefadreshouder zijn adres te verantwoorden.
Indien de briefadreshouder na één jaar geen woonadres heeft, dient deze zich maandelijks te verantwoorden.
Een verantwoording als bedoeld in het zevende en achtste lid kan bestaan uit:
schriftelijke verantwoording
verantwoording in persoon
Indien de briefadreshouder geen verantwoording aflegt, kan dit leiden tot een ambtshalve adreswijziging op grond van artikel 2.22 Wet BRP.