Wanneer blijkens de verantwoording van de fractie een gedeelte van de fractieondersteuning niet is gebruikt, mag dit niet bestede gedeelte (de reserve) niet groter zijn dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam.
Heeft een fractie aan het begin van enig kalenderjaar een grotere reserve dan toegestaan, wordt het meerdere ingehouden op de bevoorschotting van dat kalenderjaar.
De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar als een fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel die fractie naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger kan worden beschouwd.
Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving.