**1..** Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis als:
de werkgever voor ten minste de duur van zes maanden een arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer;
de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot de doelgroep;
de werknemer een structurele functionele of andere beperking heeft of de werkgever ten behoeve van de werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt;
de werkgever geen aanspraak kan maken op de no-riskpolis van het UWV voor de gemeentelijke doelgroep banenafspraak;
artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is, en
de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente.
**2..** De no-riskpolis vergoedt:
het loon van de werknemer tot maximaal 120 procent van het minimumloon, en
15 procent boven de dekking voor extra werkgeverslasten.
**3..** Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit de gemeente een verzekering af met een nog nader door het college te bepalen verzekeraar en treedt op als verzekeringnemer. De begunstigde is de werkgever.
**4..** Zolang het college nog geen verzekering heeft kunnen afsluiten met een verzekeraar kan een werkgever geen aanspraak maken op de no-riskpolis.
**5..** Het college verstrekt de no-riskpolis tot en met 24 maanden na indiensttreding van de werknemer bij de werkgever.
Hoofdstuk 3.
Artikel 14.
No-riskpolis
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Olst-Wijhe 2017