Naar hoofdinhoud
1.. Structurele onderuitputting op begrotingsposten worden niet gestort in bestemmingsreserves, tenzij dit door de raad anders is besloten. 2.. Voor alle bestemmingsreserves dienen de bestedingsrichtingen te zijn vastgelegd. 3.. Reserves kunnen alleen worden ingezet ter dekking van kapitaallasten van een investering, als voldaan wordt aan één van de criteria: de betreffende investering hoeft niet te worden vervangen; het betreft een incidentele investering; er vinden tegelijkertijd stortingen in de reserve plaats waarmee de vervanging kan worden bekostigd. 4.. Storting in/beschikking over een reserve geschiedt onder verrekening met de werkelijke opbrengst en kosten.

Rechtspraak bij dit artikel