Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 9

Artikel 2:43

Intrekking vergunning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017

De burgemeester kan de vergunning voor een speelgelegenheid intrekken, indien: de exploitant in strijd handelt met hetgeen hij in het bedrijfsplan heeft vermeld; het aanvullend bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:38, tweede lid, onvoldoende garanties geeft dat de Wet op kansspelen niet zal worden overtreden; het bepaalde in de Wet op de kansspelen wordt overtreden; in het bedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of orde in het bedrijf; de openbare orde en veiligheid of het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van het bedrijf wordt verstoord of benadeeld; de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de in artikel 2:39, onder a en b, gestelde eisen; de exploitant de in artikel 2:41 neergelegde verplichting niet of onvoldoende nakomt; de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in deze paragraaf bepaalde belemmert of bemoeilijkt, of laat belemmeren of laat bemoeilijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel