Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:16

Herplant- en instandhoudingsplicht

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017

1.. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze is tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen en binnen een door hem te stellen termijn. 2.. Legt het bevoegd gezag een verplichting als bedoeld in het eerste lid op, dan kan het bevoegd gezag tevens bepalen binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet aangeslagen beplanting moet worden vervangen. 3.. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

Rechtspraak bij dit artikel