Naar hoofdinhoud
1.. Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15 en artikel 2.8.9 van de Verordening subsidies POP3 worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde activiteiten: Mate van effectiviteit, hetgeen blijkt uit het potentiele effect aan één of meer thema’s zoals bedoeld in artikel 1 lid 2 waarbij in samenhang de volgende aspecten worden bezien: meerwaarde van de beoogde innovatie voor de gestelde doelen binnen de thema’s; voorbeeldwerking van het innovatieproject in breder verband; mate van geschiktheid van de beoogde innovatie voor brede toepasbaarheid of uitrol. Kwaliteit communicatieplan tbv kennisdeling tijdens het innovatietraject en tbv verspreiding van de resultaten Mate van innovativiteit, hetgeen blijkt uit de meerwaarde die de beoogde innovatie heeft op basis van de volgende aspecten: technisch of sociaal grensverleggend karakter van de beoogde innovatie; transitie karakter van de innovatie; toepassingsgerichtheid van de innovatie vanuit bestaande kennis, prototypen, modellen; vernieuwde karakter van het samenwerkingsverband naar samenstelling. De opzet van de Innovatieinfrastructuur Mate van kosteneffectiviteit, hetgeen blijkt uit de mate waarin de resultaten van het innovatieproject op een kostenefficiënte wijze worden behaald waarbij in samenhang de volgende aspecten worden bezien: de verhouding tussen de begrote kosten en de beoogde projectresultaten (prestaties); relevantie van de voorziene kosten voor het realiseren van de beoogde innovatie; mate van efficiënt gebruik van (bestaande) kennis en arbeid. Mate van haalbaarheid, hetgeen blijkt uit de slagingskans van de innovatie waarbij in samenhang de volgende aspecten worden bezien: kwaliteit procesplan voor samenwerking en/of projectplan voor de ontwikkeling van de beoogde innovatie; blijk van oriëntatie op (technische) haalbaarheid op basis van de kennis die voor handen ligt; blijk van oriëntatie op businessmodel en marktpotentieel; kwaliteit van het samenwerkingsverband in relatie tot het ambitieniveau. 2.. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder a tot en met d bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats: 1 punt wordt toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien gering is; 2 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien voldoende is; 3 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien goed is; 4 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien zeer goed is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel