Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit danwel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
De kostprijs van een:
a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk 5
Artikel 12a.
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb's
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2017