Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10.

Reserves en voorziening groot onderhoud

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Enschede

1.. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves aan de taakvelden plaats. 2.. Het college doet de raad een voorstel voor de vorming, besteding en opheffing van reserves. Het instellen, opheffen of wijzigen van reserves dient bij afzonderlijk raadsbesluit (apart beslispunt) plaats te vinden. 3.. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: het specifieke doel van de reserve; de omvang en de wijze van stortingen en onttrekkingen, inclusief de onderbouwing hierbij; de minimale en/of maximale hoogte van de reserve; en de maximale looptijd. 4.. Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een besteding, wordt de bestemmingsreserve heroverwogen of wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. 5.. Kosten van groot onderhoud aan kapitaalgoederen worden volgens artikel 44, lid 1, van het BBV ten laste van een vooraf gevormde voorziening gebracht. De vorming van de voorziening en omvang van de periodieke toevoeging is gebaseerd op een (meerjarig) beheerplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel