Het is een ieder ten aanzien van wie aannemelijk is dat hij de openbare orde verstoort, of ten aanzien van wie aannemelijk is dat hij de intentie heeft om de openbare orde te verstoren, al hetgeen bijvoorbeeld kan worden afgeleid uit uitingen of andere gedragingen, kleding, uitrusting, meegevoerde voorwerpen of andere informatie, verboden zich in het gebied als bedoeld in artikel 1 te begeven of daarin aanwezig te zijn.