Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 21.

BEREKENING BEDRAGEN

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Olst-Wijhe 2017

1.. Het college berekent de bijdrage in de kosten op basis van de totaalkosten van de maatwerkvoorziening en de kosten per periode. De hoogte van de kosten van de maatwerkvoorziening hangt af of de maatwerkvoorziening nieuw aan te schaffen is, of dat er sprake is van een depotmiddel waarbij een restwaarde wordt gehanteerd. Daarnaast spelen ook de kosten voor de servicedienstverlening mee in de hoogte van de totale kosten. Deze worden gerelateerd aan het aantal maximaal te betalen perioden per maatwerkvoorzieningencategorie. Een overzicht van de categorieën is beschreven in bijlage 1. 2.. Voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot dienstverlening geldt dat de eigen bijdrage dient te worden betaald over de gehele looptijd van de indicatie. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het type dienstverlening en de daarmee gepaarde uurprijzen. 3.. Vanaf datum besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening geldt de aanvang van de eigen bijdrageregeling. De looptijd van de eigen bijdrage per categorie is beschreven in bijlage 1. Indien tijdens de looptijd binnen een bepaalde categorie het type maatwerkvoorziening zich wijzigt (door bijvoorbeeld een technisch economische reden) dan dient het college een nieuw besluit te nemen. De looptijd wijzigt zich dan niet, wel de eventuele hoogte van de eigen bijdrage. Indien na de looptijd het recht op de maatwerkvoorziening nog steeds bestaat, wordt er geen eigen bijdrage meer in rekening gebracht. 4.. Indien tijdens de looptijd een nieuw besluit wordt genomen in verband met een gewijzigde indicatie, waardoor een maatwerkvoorziening uit een andere categorie wordt toegekend, dan start de looptijd opnieuw en wordt de hoogte van de eigen bijdrage tevens opnieuw berekend. 5.. Indien het periodebedrag lager uitkomt (doordat de kosten van de maatwerkvoorziening betrekkelijk laag zijn) dan de minimale eigen bijdrage per gezinssituatie, zoals beschreven in artikel 3 lid 1, dan worden de kosten van de maatwerkvoorziening gedeeld door het van toepassing zijnde bedrag (dit betreft de minimale eigen bijdrage per gezinssituatie). 6.. Geen eigen bijdrage is verschuldigd over de tegemoetkoming in de kosten voor: een (sport)rolstoel; verhuis- en inrichtingskosten; gebruik van auto en (rolstoel)taxi collectief vraagafhankelijk vervoer. huurderving

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel