Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van VERORDENING CLIËNTENPARTICIPATIE PARTICIPATIEWET MAASTRICHT-HEUVELLAND 2017 E.V.

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2017. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2017 e.v. TOELICHTING ALGEMEEN Artikel 47 van de Participatiewet verplicht gemeente(n) bij verordening regels te stellen over de wijze waarop personen of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers: vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen; worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen; deel te kunnen nemen aan periodiek overleg; onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden; worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. ARTIKELGEWIJS Artikel 1. Doelstelling en vertegenwoordiging Met ingang van 2017 is sprake van een regionale cliëntenraad voor de Participatiewet. De Raad voor Uitkeringsgerechtigden Maastricht en de Cliëntenraad Mergelland gaan daartoe op in de nieuwe Cliëntenraad Participatiewet Maastricht-Heuvelland (hierna: CPMH). Deze nieuwe raad vertegenwoordigt de gemeentelijke doelgroep voor alle zes Maastricht-Heuvellandgemeenten (Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul) zoals genoemd in artikel 7, eerste lid van de Participatiewet. De doelgroep is daarmee behoorlijk ruim. Het gaat dan om alle inwoners die aanspraak (kunnen) maken op ondersteuning door de gemeente ingevolge de Participatiewet. Artikel 2. Taken en bevoegdheden De advisering door de CPMH aan de gemeente(n) kan plaatsvinden in de reguliere overleggen zoals aangegeven in de verordening, maar kan ook onderdeel uitmaken van de overleggen die in het kader van de doorontwikkeling van het regionaal beleid sociaal domein worden georganiseerd. Indien het besluitvormingstraject dat verlangt, kan een beleidsstuk ook in een tussentijds overleg met de CPMH worden besproken. Het document moet dan wel tijdig bij de CPMH worden aangeleverd. De CPMH heeft geen adviseringsbevoegdheid daar waar bijvoorbeeld een bepaalde rechtsgang of procedure open staat, zoals bij bezwaar op een beschikking of bij een klacht. Hiermee wordt voorkomen dat formele trajecten doorkruist worden. Het voeren van een cliëntenspreekuur is van groot belang, omdat daarmee vanuit de CPMH voortdurend voeling wordt gehouden met de achterban. Op die manier kan de CPMH signalen ontvangen over de dienstverlening en zich ook een beeld vormen van de effecten van bepaalde beleidsvoorstellen in de uitvoering. De CPMH kan de doelgroep informeren, verwijzen en indien nodig ondersteunen bij het doen van aanvragen. De spreekuren moeten een bepaalde periodiciteit kennen. Artikel 3. Samenstelling en zittingsduur Omdat het van belang geacht wordt dat de cliëntenparticipatie Participatiewet wordt vormgegeven met ervaringsdeskundigen, is een voorwaarde dat alle leden van de CPMH behoren tot de gemeentelijke doelgroep van de Participatiewet. Ondanks de maximale zittingsduur van acht jaar, kan het bijvoorbeeld voorkomen dat nieuwe instroom zich niet of onvoldoende aandient. In een dergelijke situatie kan van de maximale termijn worden afgeweken. Artikel 4. Periodiek overleg Het ambtelijk overleg is enerzijds bedoeld om informatie uit te wisselen over de uitvoering van de Participatiewet, waarbij dan in het bijzonder kan worden gekeken naar eventuele knelpunten in die uitvoering en het bieden van oplossingen daarvoor. Anderzijds heeft het ambtelijk overleg tot doel beleidsontwikkelingen onder de aandacht van de CPMH te brengen. Het overleg kan dan ook gebruikt worden om de CPMH mondeling dan wel schriftelijk te laten reageren op geagendeerde beleidsstukken. Het ambtelijk overleg over de gezamenlijke uitvoering van de Participatiewet door Sociale Zaken Maastricht Heuvelland vindt plaats met het management van de uitvoeringsorganisatie. Het ambtelijk overleg over de beleidsaspecten vindt plaats met een vertegenwoordigend beleidsmedewerker van de samenwerkende gemeenten. Zo mogelijk vinden deze overleggen uiteraard in gezamenlijkheid plaats. Artikel 5. Ambtelijke ondersteuning De ambtelijke ondersteuning is hoofdzakelijk secretarieel en coördinerend van aard en wordt geboden door de gemeente(n). Artikel 6. Subsidie De CPMH ontvangt jaarlijks een subsidie voor de te verrichten taken, voor het bekostigen van huisvesting, kantoormiddelen etc. Alle zes Maastricht-Heuvellandgemeenten leveren daartoe een financiële bijdrage. Maastricht zal die bijdragen bundelen en als centrumgemeente een jaarlijkse subsidie verstrekken conform de vigerende subsidieverordening. Daarbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de kosten van de nieuwe cliëntenraad niet meer mogen bedragen dan de kosten in de oude situatie (RvU en CRM).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel