Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Artikel 2.2.1

Onderdeel van Verordening verbetering particuliere woningvoorraad en monumenten 2004

1.. Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie verlenen indien: met het treffen van voorzieningen het belang van de volkshuisvesting naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt gediend; de voorzieningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders minimaal sober en doelmatig worden uitgevoerd; het bouwplan voldoet aan het door of namens burgemeester en wethouders vastgestelde programma van eisen; de stichtingskosten van de aan te brengen voorzieningen meer bedragen dan € 500,-- per woning; de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen binnen vijftien jaar voor het tijdstip van de indiening van de aanvraag met subsidie ingevolge subsidie particuliere woningverbetering zoals bedoeld in dit hoofdstuk niet is verbeterd; de verdeling van de kosten van de voorzieningen, conform de in de betreffende akte van splitsing opgenomen kostenverdeelsleutel, niet zou leiden tot een onredelijk resultaat en hiervan niet wordt, of kan worden afgeweken; de voorzieningen op het gehele pand betrekking hebben; de woning of bedrijfsruimte waaraan de voorzieningen worden getroffen niet bestemd is om binnen een periode van tien jaar te worden afgebroken; de te treffen voorzieningen aan woningen gelijktijdig met eventueel te treffen voorzieningen voor de bedrijfsmatige te gebruiken delen van het gebouw worden uitgevoerd; de aanvraag om subsidie het budget niet overschrijdt in het jaar dat het verzoek wordt ontvangen. 2.. Bij de beoordeling van de redelijkheid van de verdeling van de kosten van de voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder f wordt tenminste rekening gehouden met de functie en de gebruiksoppervlakte van die gedeelten van het gebouw, die bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan volgens de akte van splitsing het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen, alsmede met alle overige factoren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor deze beoordeling relevant zijn. 3.. Plannen met betrekking tot woningen, waaraan reeds eerders voorzieningen zijn getroffen op voet van een andere regeling, kunnen voor verstrekking van subsidie in de kosten van het treffen van voorzieningen in aanmerking worden gebracht op of na 1 januari 2019, tenzij de van toepassing zijnde regeling een eerder tijdstip mogelijk maakt, in welk geval dat eerdere tijdstip van toepassing blijft.

Rechtspraak bij dit artikel