In aanvulling en in afwijking op het bepaalde in artikel 1.5 houden burgemeester en wethouders bij hun beslissing op aanvragen om subsidie zo nodig rekening met:
de prioriteit die het treffen van de voorziening in het kader van de stedelijke vernieuwing heeft;
de cultuur-historische waarde van het pand als monument;
de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand, mede in relatie tot zijn omgeving;
het huidige en toekomstige gebruik van het pand;
de wijze van exploitatie van het pand;
de mate waarin de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van anderen, zonder dat bij die hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Artikel 5.2
Onderdeel van Verordening verbetering particuliere woningvoorraad en monumenten 2004