Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.4

Artikel 6.4

Onderdeel van Verordening verbetering particuliere woningvoorraad en monumenten 2004

1.. De eenmalige bijdrage bedraagt het door burgemeester en wethouders vastgestelde bedrag van de onrendabele kosten, met een maximum van € 15.000,= per pand/opstal. 2.. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde onrendabele kosten is voor de vaststelling van de subsidie aankopen-verbeteren-verkopen (AVV) gelijk aan het verschil tussen: de getaxeerde marktwaarde (bij vrije verkoop) op het moment van aankoop, dan wel bij een lagere aankoop de kosten van aankoop, vermeerderd met de door burgemeester en wethouders goedgekeurde (investerings)kosten van noodzakelijk groot onderhoud, minus de krachtens deze of andere subsidieregelingen verleende subsidies; en de getaxeerde marktwaarde bij verkoop nadat aan het pand het noodzakelijk (groot) onderhoud is gepleegd verminderd met de tussentijdse waardevermeerdering van het onroerend goed, tussen aankoop en verkoop. 3.. De onder sub 1 en 2 van het tweede lid dit artikel vermelde getaxeerde marktwaarde dient te worden bepaald aan de hand van een taxatierapport van een beëdigd makelaar.

Rechtspraak bij dit artikel