Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

Uitzonderingen op participatie en inspraak

Onderdeel van Participatie- en inspraakverordening Dordrecht

Geen participatie wordt toegepast respectievelijk geen inspraak wordt verleend: indien inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten; indien het voorgenomen besluit uitsluitend strekt tot uitvoering van regels van hogere overheden; indien het bestuursorgaan bij het nemen van het besluit geen ruimte heeft voor het maken van beleidsinhoudelijke keuzes; ten aanzien van de vaststelling van gemeentelijke belastingtarieven; ten aanzien van interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente; ten aanzien van de vaststelling van de jaarlijkse kadernota, begroting en rekening en de meerjarenbegroting en beleidsprogramma. Het bestuursorgaan kan in de volgende gevallen ervan afzien om ten aanzien van beleidsvoornemens participatie toe te passen of inspraak te verlenen: ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; wanneer het belang van de participatie of de inspraak niet opweegt tegen het belang van een snelle besluitvorming of uitvoering of wegens andere gewichtige en/of dringende reden. indien voorafgaand aan het beleidsvoornemen of voornemen tot uitvoering van beleid een participatieproces heeft plaatsgevonden, waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng hebben kunnen geven en hun zienswijzen kenbaar hebben kunnen maken ten aanzien van de beleidsvragen die ten grondslag liggen aan de te nemen beleidsbeslissing.

Rechtspraak bij dit artikel