Als een participatieprocedure wordt toegepast, besteedt het bestuursorgaan, aanvullend op het gestelde in artikel 5, eerste lid in het collegevoorstel, raadsvoorstel of startnotitie in ieder geval ook aandacht aan de volgende punten:
het onderwerp van het participatieproces en de schaal waarop dit aan de orde is;
de fasen waaruit het proces bestaat;
het niveau van de participatie voor de betreffende fase van het participatieproces, waarbij een gemotiveerde keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren;
welke personen of groepen van personen aan het participatieproces kunnen deelnemen;
de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
de wijze waarop het bestuursorgaan reageert op de uitkomsten van het participatieproces;
de begroting van de kosten van het participatieproces.
Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces gepaste wijze. In deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het eerste lid bedoelde punten.
Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het eerste lid of de inrichting van het participatieproces aan te passen, draagt het bestuursorgaan er zorg voor dat dit onverwijld bekend wordt gemaakt.
HOOFDSTUK 3
Artikel 6
Inrichting van het participatieproces
Onderdeel van Participatie- en inspraakverordening Dordrecht