Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 13.

Indienstnemingssubsidie

Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie en Participatie gemeente Olst-Wijhe 2017

De indienstnemingssubsidie is een voorziening die ingezet kan worden om de arbeidsinschakeling te bevorderen voor zover dit gezien de afstand tot arbeidsmarkt passend is. Anders dan de loonkostensubsidie is deze subsidie niet gericht op personen met een arbeidsbeperking. Het doel van de indienstnemingssubsidie is het ondersteunen van personen waarbij dat gezien hun afstand tot de arbeidsmarkt noodzakelijk wordt geacht. De indienstnemingssubsidie biedt compensatie voor het feit dat voor de belanghebbende tenminste het wettelijk minimumloon moet worden betaald, terwijl de werkgever de belanghebbende (nog) niet ten volle kan inzetten. De werknemer valt onder de doelgroep zoals genoemd in artikel 1 van de Re-integratieverordening Olst-Wijhe; De werknemer heeft een middelgrote afstand tot de arbeidsmarkt en bevindt zich op trede 3 of 4. De subsidie moet worden aangevraagd voor de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst. De duur van de arbeidsovereenkomst bedraagt minimaal zes maanden. De werknemer ontvangt inkomsten waarmee hij boven de voor hem geldende uitkeringsnorm gaat verdienen. Bij een deeltijddienstverband wordt de subsidie naar rato berekend. De indienstnemingssubsidie mag uitsluitend worden verstrekt als er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het opvullen van een vacature met indiensnemingssubsidie is niet toegestaan als de vacature is ontstaan door afvloeiing. De indienstnemingssubsidie wordt bepaald naar rato van het aantal gewerkte uren en de duur van het dienstverband. Betaling van de indienstnemingssubsidie vindt (telkens) na afloop van de periode van drie maanden plaats De indienstnemingssubsidie wordt op individuele gronden toegekend. De indienstnemingssubsidie wordt maximaal 12 maanden maar ten hoogste voor de duur van de arbeidsovereenkomst verstrekt. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de individuele omstandigheden, waarbij de afstand tot de arbeidsmarkt bepalend is, maar bedraagt gedurende de eerste drie maanden maximaal 50% en gedurende de volgende drie maanden maximaal 25% van de werkelijke loonkosten ter hoogte van het toepasselijke Wettelijke Minimum Loon (exclusief werkgeverslasten). Gedurende het jaar wordt de subsidie afgebouwd.

Rechtspraak bij dit artikel