Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 19.

Individuele studietoeslag

Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie en Participatie gemeente Olst-Wijhe 2017

Mensen met een arbeidshandicap hebben een extra steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen voor de studie een stuk hoger omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Het biedt een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan. De individuele studietoeslag wordt aangemerkt als een vorm van bijzondere bijstand. De persoon valt onder de doelgroep zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Participatiewet; De persoon is 18 jaar of ouder; Er is recht op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of recht op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS); Er is geen in aanmerking te nemen vermogen op grond van artikel 34 Participatiewet; Van de persoon is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Vaststelling of persoon tot doelgroep behoord kan middels een loonwaardemeting maar ook aan de hand van zichtbare beperkingen en rapporten van behandelend artsen/specialisten. Indien nodig kan een extern (medisch) advies worden aangevraagd. Het college kan op grond van alle relevante omstandigheden en factoren een lager bedrag toekennen. Gedacht kan worden aan een aanvrager die een bijbaantje heeft waarmee hij een lager bedrag verdient dan de studietoeslag. Deze bijverdienste wordt dan verrekend met de studietoeslag. Er wordt geen studietoeslag toegekend als iemand al een bijbaantje heeft waarmee hij evenveel of meer verdient dan een bedrag van 15% van het voor hem geldende wettelijk minimumloon. Indien de aanvrager gedurende het schooljaar begint of stopt met een studie, wordt de individuele studietoeslag naar evenredigheid vastgesteld. De studietoeslag wordt teruggevorderd voor zover de studietoeslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen. De individuele studietoeslag wordt eenmaal per schooljaar toegekend en wordt per maand uitbetaald in 12 gelijke delen. De individuele studietoeslag wordt gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. De hoogte van de studietoeslag wordt gekoppeld aan de leeftijd van de aanvrager en bedraagt 15% van het maandelijkse bedrag van het bruto Wettelijk Minimumloon. Rekenvoorbeelden op basis van het prijspeil 2017 en afgerond op ronde (netto)bedragen: voor een achttien jarige: 15% van € 706,00 is € 106,- per maand; voor een twintig jarige 15% van € 954,25 is € 143,- per maand; voor een persoon van 23 jaar en ouder 15% van € 1.551,60 is € 233,- per maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel