Een derde voorwaarde om voor een PGB in aanmerking te komen is dat de ondersteuning die de cliënt wil inkopen van goede kwaliteit is. De ingekochte ondersteuning moet veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Als de gemeente van oordeel is dat de ondersteuning van onvoldoende kwaliteit is dan mag de gemeente het verzoek om een PGB weigeren.
** 1. .** Kwaliteitseisen professionele ondersteuning
Afgestemd op de behoefte van de cliënt
De ondersteuning moet leiden tot of een bijdrage leveren aan wat voor de cliënt noodzakelijk is.
Ook moet de cliënt de juiste hoeveelheid ondersteuning inkopen (dat wil zeggen, niet teveel wat de zelfredzaamheid beperkt en niet te weinig waardoor de situatie niet verbetert). De ondersteuning moet aanwezig zijn op de momenten dat deze nodig is, eventueel ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Ook moet de ingekochte ondersteuning, indien relevant, het systeem rondom de cliënt ondersteunen en rekening houden met de belangen van de overige gezinsleden en/of mantelzorgers en aansluiten bij andere zorg en ondersteuning in het gezin.
De ingekochte ondersteuner moet beschikken over de benodigde competenties en vaardigheden
Het gaat hierbij om of iemand de juiste competenties inkoopt zodat hij het te bereiken resultaat kan behalen. Een ondersteuner moet kennis van de mogelijkheden en beperkingen van cliënt hebben en beschikken over de juiste professionele kwalificaties. Deze kwalificaties kunnen blijken uit scholing en ervaring van de ondersteuner. De budgethouder (of iemand namens hem) moet dit aannemelijk maken.
Als er ondersteuning van een professionele organisatie wordt ingekocht, dan kan de professionaliteit bijvoorbeeld blijken uit het lidmaatschap bij een koepelorganisatie. Helder moet zijn dat het gaat om een organisatie die zich houdt aan de wettelijke bepalingen en Cao voorschriften.
Een zelfstandige professional die wordt ingehuurd moet ingeschreven staan bij de kamer van koophandel, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en eventueel lid zijn van een beroepsvereniging (i.v.m. klachtenregeling).
Niet gecontracteerde Wmo-aanbieders kunnen getoetst worden op de kwaliteit door een onafhankelijke toezichthouder.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende instrumenten:
**•.** Toetsingskader Kwaliteitstoezicht Wmo van de GGD en GHOR Nederland.
**•.** WMO kwaliteitstoezicht Inspectie aanbieders
Kwaliteitseisen die gelden voor de ondersteuning in natura kunnen niet zonder meer op het PGB worden toegepast. Het gaat erom dat de ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het is bedoeld. Individueel maatwerk staat voorop.
Kwaliteitseisen in de Jeugdwet
Er geldt een zelfstandig kwaliteitsregime voor alle aanbieders van jeugdhulp. In de Jeugdwet (hoofdstuk 4) zijn de volgende kwaliteitseisen vastgelegd:
**•.** de norm van verantwoorde hulp, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten
**•.** gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp;
**•.** systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder;
**•.** verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle medewerkers van een jeugdhulpaanbieder, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering;
**•.** de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
**•.** de meldplicht calamiteiten en geweld;
**•.** verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.
** 2. .** Kwaliteitseisen niet-professionals
De ondersteuner uit het eigen netwerk moet kennis hebben van en kunnen omgaan met de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.
Inzet van het sociaal netwerk is voor jeugd alleen toegestaan voor interventieniveau 4. De interventies van niveau 5 of hoger zijn te intensief of te gespecialiseerd om door het sociaal netwerk te worden uitgevoerd, met uitzondering van kortdurend verblijf. Op deze manier is naar oordeel van het college de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp gewaarborgd, zoals beschreven in artikel 8.1.1 lid 2c van de Jeugdwet.
Een Verklaring Omtrent het Gedrag is verplicht voor degene die wordt ingehuurd met een PGB. De enige uitzondering hierop is als er een familie van de cliënt van de eerste of tweede graad wordt ingehuurd.
Hoe dient bovenstaand beleid voor de inzet van niet-professionals tot uitvoering te worden gebracht? Het bovenstaande beleid wordt hieronder verder uitgewerkt. Het gaat hierbij niet om normen maar om denkrichtingen. In individuele situaties kan worden afgeweken zodat er sprake is van maatwerk.
Denkkader:
Voor de inzet PGB voor niet-professionals i.c. het sociale netwerk wordt het navolgende meegewogen (combinatie van aspecten):
**•.** Er wordt voldaan aan de definitie van het sociale netwerk.
Het sociaal netwerk is gedefinieerd als partner, kinderen, vrienden, familie, kennissen, collega’s, buren, vrijwilligers.
Het inzetten van een PGB binnen het sociale netwerk heeft meerwaarde en is verantwoord.
Type ondersteuning/hulp en de mogelijkheid om deze uit handen te kunnen geven is van belang om te beoordelen of het netwerk kan worden ingezet.
De geboden informele ondersteuning/hulp en het al dan niet betalen van andere mensen uit de sociale omgeving is afhankelijk van de sociale relatie die de budgethouder met deze mensen heeft.
Inzet van sociale netwerk is voor het welzijn/welbevinden van de betrokkene van belang.
Degene die informele ondersteuning/hulp biedt mag op geen enkele wijze druk op de aanvrager hebben uitgeoefend bij zijn besluitvorming om over te gaan tot betaling van informele ondersteuning/hulp.
Degene die informele ondersteuning/hulp biedt kan het gevraagde bieden/volhouden. Belastbaarheid: gebruikelijke zorg ondersteuning, mantelzorg en werk. Geeft de persoon in kwestie aan overbelast te zijn, in een mate die het verlenen van zorg of hulp belemmert, dan kan het PGB worden geweigerd op grond van artikel 10 lid 3 sub b van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2017 en artikel 11 lid 2 sub 2 van de Verordening Jeugdhulp 2017.
Er is meer ondersteuning/hulp nodig dan gebruikelijk hulp.
Er komt geen PGB beschikbaar voor de inzet van familie, zijnde gezinsleden binnen hetzelfde huishouden voor zover de hulp die ze bieden is aan te merken als gebruikelijke ondersteuning of gebruikelijke begeleiding.
Van inwonende eerste- en tweedegraads familieleden kan meer (onbetaalde) mantelzorg worden verwacht dan van uitwonende familieleden.
Mantelzorg die structureel wordt geboden, die te typeren is als zwaar, een hoge mate van verplichting kent en van behoorlijke omvang is, zal eerder in aanmerking komen voor vergoeding dan een incidenteel geboden vriendendienst.
De informele ondersteuning/hulp is niet tijdelijk, maar heeft een voorziene duur langer dan drie maanden
Degene die informele ondersteuning/hulp biedt heeft een verplichting en kan niet zo maar overslaan. De ondersteuning is niet vrijblijvender dan van een professional die wordt ingezet.
** 3. .** Kwaliteitseisen hulpmiddelen, vervoer- en woningvoorzieningen
**•.** Het uitgangspunt is dat de hulpmiddelen die iemand inkoopt een CE-markering hebben. Het hulpmiddel voldoet aan een pakket van eisen dat door de gemeente is opgesteld of bevestigd.
**•.** Een vervoersvoorziening moet minimaal 5 - 7 jaar meegaan. Een autoaanpassing moet minimaal 7 jaar meegaan. Dit betekent dat de betreffende aanpassing van voldoende kwaliteit is. Daarnaast moet de auto ook nog zeker 7 jaar meegaan tenzij de aanpassing kan worden overgezet naar een volgende auto. Dit ter beoordeling van het bedrijf dat de aanpassing verzorgt.
**•.** Een woonvoorziening die wordt ingekocht moet minimaal zijn voorzien van het CE-keurmerk (indien van toepassing). De voorziening moet binnen 15 maanden na toekenningsdatum zijn aangeschaft.
Onroerende woonvoorzieningen
Met de voorziening die de cliënt wil inzetten moet het resultaat gehaald kunnen worden. Hiervoor kan een programma van eisen worden opgesteld door de gemeente, waaraan de ondersteuning moet voldoen. Als iemand met een PGB een onroerende woonvoorziening realiseert moet deze voldoen aan het Bouwbesluit. Verder moet deze voldoen aan bouwtechnische en bouwkundige eisen, welke beoordeeld dienen te worden door de bouwkundige van de gemeente Ede. Daarnaast gelden alle wettelijke eisen en verordeningen en de NEN-normen (zie www.nen.nl). Kwaliteit van onroerende woonvoorzieningen houdt ook in dat gebruik wordt gemaakt van materialen die duurzaam zijn en zoveel mogelijk onderhoudsvrij, en die zijn aan te merken als adequaat goedkoopst. Dit ter beoordeling van de bouwkundige van de gemeente Ede.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Kwaliteitseisen aan de in te kopen zorg
Onderdeel van Beleidsregel PGB Wmo en Jeugdhulp 2017