Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Regels voor een eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en pgb

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. In afwijking van het eerste lid is voor een traplift in eigendom van de gemeente maximaal 65 perioden van vier weken een eigen bijdrage verschuldigd. Voor andere voorzieningen in eigendom en /of pgb is maximaal gedurende 91 perioden van vier weken een eigen bijdrage verschuldigd. Als de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de eigen bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. Voor cliënten in de Opvang wordt de eigen bijdrage geïnd: door de aanbieder indien de cliënt een eigen inkomen heeft. door de gemeente indien de cliënt een gemeentelijke uitkering ontvangt. De eigen bijdrage wordt op de uitkering ingehouden. Voor alle categorieën personen, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt de bijdrage, dan wel totaal van de bijdragen verlaagd door het marginale tarief, genoemd in dat lid, te verlagen naar 10%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel