Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 5

Artikel 2.5.30

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen[1]

Onderdeel van Bouwverordening gemeente Dordrecht

[1] Ingevolge de Reparatiewet BZK (Stb. 2014, 458) komt dit artikel 1 juli 2018 van rechtswege te vervallen. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. De afmetingen van parkeervakken in garages en stallingen moeten voldoen aan de NEN 2443. De afmetingen van parkeervakken op terreinen moeten voldoen aan de minimale maten genoemd in de ASVV (Aanbevelingen voor verkeers­voorzieningen binnen de bebouwde kom). Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde lid: indien het voldoen aan die bepalingen naar het oordeel van het bevoegd gezag op overwegende bezwaren stuit; voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel