Naar hoofdinhoud
1. Bij de uitoefening van bevoegdheden, bedoeld in deze regeling, worden specifieke mandateringsvoorwaarden, vermeldt in de bij deze regeling behorende lijst, in acht worden genomen. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt bij de uitoefening van de bedoelde bevoegdheden het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, verordeningen en beleidsregels in acht genomen. 3. De portefeuillehouder Economie voorziet het college jaarlijks en op verzoek een overzicht van de krachtens mandaat genomen besluiten. 4. Het college mag alleen eisen aan het in het derde lid bedoelde overzicht stellen, zoals ten aanzien van de wijze waarop, de frequentie waarmee, alsmede omtrent de voortgang en de inhoud van hetgeen onder mandaat wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel