Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Barendrecht 2017

1.. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, de lasten en baten weergegeven. 2.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 4.. Bij de begroting wordt door de raad vastgesteld welk resultaat men wil bereiken. 5.. Bij de bepaling van de geraamde bijdrage aan de BAR-Organisatie wordt onderscheid gemaakt tussen standaard- en maatwerk. De gehanteerde verdeelsleutel voor de verrekening van kosten wordt jaarlijks aangepast aan de verhouding van de gemeentelijke bijdrage op dat moment. 6.. Het college legt bij de jaarstukken verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het college, conform de opzet van de begroting, aan: wat hebben we bereikt; wat hebben we daar voor gedaan; wat heeft het gekost; 7.. In de jaarrekening worden van de investeringen de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele uitputting hiervan weergegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel