Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Besteding en verantwoording van eenmalige persoonsgebonden budgetten (tot 1-1-2017)

Onderdeel van Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2017 gemeente Venray

1. De verantwoording van het (eenmalig verstrekte) persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt in ieder geval plaats direct na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt. 2. Voor de verantwoording van het (eenmalig verstrekte) persoonsgebonden budget voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening of uitraaskamer geldt, in ieder geval tot 1-1-2017, dat: a. na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een dergelijke voorziening, maar uiterlijk binnen 15 maanden na het toekennen van het persoonsgebonden budget, de woningeigenaar aan het college verklaart dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid, b.de gereedmelding als bedoeld in het eerste lid vergezeld gaat van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen waaronder het persoonsgebonden budget is toegekend, op basis van de gereedmelding wordt beoordeeld of is voldaan aan voorwaarden en verplichtingen waaronder het persoonsgebonden budget is verstrekt, met name of de werkzaamheden conform het programma van eisen zijn uitgevoerd, de gereed melding tevens geldt als een verzoek tot uitbetaling van het persoonsgebonden budget, de budgethouder gedurende een periode van vijf jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar dient te houden. 3. Dit artikel wordt ingetrokken op het moment dat de Sociale Verzekeringsbank ook het trekkingsrecht van eenmalige persoonsgebonden budgetten gaat verzorgen, voorzien op 1-1-2017.

Rechtspraak bij dit artikel