**1..** Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven conform het BBV, de methodiek en de termijnen zijn vermeld in de bijlage ‘afschrijvingsbeleid’ bij deze verordening. Deze tabel is richtinggevend, maar niet limitatief en niet bindend. Wanneer wordt afgeweken van deze bijlage dan dient dit bij de kredietaanvraag aan de raad te worden gemotiveerd.
**2..** Het BBV laat de gemeente vrij in de keuze van afschrijvingsmethodiek, de gemeente Waddinxveen hanteert de volgende methodiek:
Er wordt in beginsel lineair afgeschreven. Wanneer er sprake is van gerelateerde inkomsten uit belastingen, heffingen en tarieven of gebouwen waarbij geen sprake is van onderhoudslasten voor rekening van de gemeente wordt er annuïtair afgeschreven.
**3..** Lasten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
**4..** Het saldo van (dis)agio wordt direct ten laste van de exploitatie gebracht.
**5..** Vaste activa met een activeringswaarde van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd maar om praktische redenen direct in het jaar van aanschaf ten laste van het resultaat gebracht, dit uitgezonderd gronden en terreinen. De laatst genoemde worden niet geactiveerd. Het genoemde bedrag is exclusief eventuele verkenbare of compensabele BTW.
**6..** De lasten van onderzoek en ontwikkeling, die voldoen aan de wettelijke voorwaarden, worden geactiveerd en afgeschreven nadat de raad het bijbehorende krediet heeft toegekend. Afgeschreven wordt in 4 jaar startend met ingang van het jaar na het raadsbesluit over het hier uit voortvloeiende uitvoeringskrediet.
**7..** Bij bepaling van de afschrijvingslasten van een actief wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde.
**8..** In uitvoeringskredieten voor (vervangings)investeringen moet, indien van toepassing, een redelijk deel aan personeels-, huisvestings- en overheadlasten (apparaatslasten) worden meegenomen. Lasten voorafgaand aan de voorbereidingsfase wordt niet meegenomen in het uitvoeringskrediet tenzij er sprake is van een vervangingsinvestering.
Bij uitvoeringskredieten voor vervangingsinvesteringen waarbij alle activiteiten vanaf het begin gericht zijn op de realisatie van een vast actief, mogen ook de kosten van de voorbereidingsfase meegenomen worden.
Rentelasten tijdens de vervaardiging van het vast actief worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Dit betreft ook de rente over de boekwaarde per 1 januari van een begrotingsjaar van uitvoeringskredieten die gedurende meerdere jaren in ontwikkeling c.q. onderhanden zijn.
Kosten kunnen pas ten laste van een uitvoeringskrediet worden gebracht nadat de raad het bijbehorende krediet heeft toegekend.
**9..** Er wordt afgeschreven met ingang van het jaar na de realisatie (oplevering/leverantie) van de investering. Een uitzondering hier op vormen te activeren kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief.
**10..** De componentenmethode wordt toegepast indien een actief met economisch nut uit componenten met substantiële omvang bestaat. Bij investeringen met een maatschappelijk nut wordt de componentenmethode niet toegepast.
**11..** Bij vervangingsinvesteringen, verbouwing en/of uitbreiding wordt voor de te hanteren afschrijvingstermijn in principe een aansluiting gezocht bij de resterende levensduur van het totaal van het actief. Dit tenzij de activiteiten een levensduur verlenging van het totaal van het actief tot gevolg hebben of eigenstandig gebruik mogelijk is.
**12..** Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar ten laste van de exploitatie gebracht in de vorm van extra afschrijving.
**13..** Het is niet toegestaan om tussen afzonderlijke investeringskredieten te schuiven. Een uitzondering hierop vormen de budgettaire kaders voor de investeringen die in het kader van de beheerplannen jaarlijks door de raad voor het eerstvolgende begrotingsjaar worden vastgesteld. Deze budgettaire kaders worden door het college verdeeld naar projecten. Mits binnen dezelfde beheerdiscipline en afschrijvingsduur kan binnen de budgettaire kaders van de raad wel worden geschoven.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9
Waardering en afschrijving vaste activa
Onderdeel van Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2017