Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.3.1.A.4

Gronden voor weigering van de vergunning

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (7.1)

1.. Het bevoegde bestuursorgaan weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2.3.3.1.A, eerste lid, indien: de vestiging of exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend of in procedure zijnde bestemmingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; de speelgelegenheid niet in een gebouw is gevestigd; de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2.3.3.1.A.3 gestelde eisen. 2.. Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning zoals bedoeld in artikel 2.3.3.1.A.3, eerste lid weigeren, indien: een eerdere vergunning voor de exploitatie van een speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten; en voorts indien naar zijn oordeel: het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelgelegenheid; het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2.3.3.1.A.1 onvoldoende garanties geeft dat het in deze verordening en in de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden; het op grond van andere feiten of omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel