De leidinggevende van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat opsporingsambtenaren en/of toezichthouders, als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering alsmede de ambtenaren die door het college of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn bedrijf:
gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is; dan wel
gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en indien die opsporingsambtenaren en/of toezichthouders hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 4
Artikel 2.3.4.13
Toegang opsporingsambtenaren
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (7.1)