Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Beëindiginggronden

Onderdeel van REGELING SCHULDHULPVERLENING GEMEENTE MAASTRICHT 2017 E.V.

Onverminderd de overige bepalingen in deze regeling, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening. Het college besluit in ieder geval om de schuldhulpverlening te beëindigen indien: Belanghebbende niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen als genoemd in artikel 5; Belanghebbende binnen een half jaar voor de derde keer niet is verschenen zonder afmelding op een afspraak, zonder afmelding binnen de onderdelen schuldhulpverlening benoemd in artikel 5 lid 2; Het minnelijke traject tot schuldregelen niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking verlenen en de WSNP geen mogelijkheid is; Er een WSNP-verklaring is afgegeven, tenzij naar het oordeel van het college budgetbeheer en/of financiële coaching en training noodzakelijk is; Het besluit is genomen op grond van gegevens die nadien blijken onjuist te zijn en, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; Belanghebbende is komen te overlijden; Belanghebbende niet langer inwoner is van de gemeente Maastricht en er nog geen minnelijke schuldbemiddeling tot stand is gekomen; Belanghebbende zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening; Belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen; De geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is; Belanghebbende zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen; Belanghebbende zelf verzocht heeft om het traject schuldhulpverlening te beëindigen; Het minnelijk traject schuldhulpverlening is geslaagd en doorlopen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel