Onverminderd de overige bepalingen in deze regeling, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening. Het college besluit in ieder geval om de schuldhulpverlening te beëindigen indien:
Belanghebbende niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen als genoemd in artikel 5;
Belanghebbende binnen een half jaar voor de derde keer niet is verschenen zonder afmelding op een afspraak, zonder afmelding binnen de onderdelen schuldhulpverlening benoemd in artikel 5 lid 2;
Het minnelijke traject tot schuldregelen niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking verlenen en de WSNP geen mogelijkheid is;
Er een WSNP-verklaring is afgegeven, tenzij naar het oordeel van het college budgetbeheer en/of financiële coaching en training noodzakelijk is;
Het besluit is genomen op grond van gegevens die nadien blijken onjuist te zijn en, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;
Belanghebbende is komen te overlijden;
Belanghebbende niet langer inwoner is van de gemeente Maastricht en er nog geen minnelijke schuldbemiddeling tot stand is gekomen;
Belanghebbende zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening;
Belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen;
De geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is;
Belanghebbende zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;
Belanghebbende zelf verzocht heeft om het traject schuldhulpverlening te beëindigen;
Het minnelijk traject schuldhulpverlening is geslaagd en doorlopen.
Artikel 8.
Beëindiginggronden
Onderdeel van REGELING SCHULDHULPVERLENING GEMEENTE MAASTRICHT 2017 E.V.