Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:
naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; en
niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; en
in de organisatie waarin ze worden verricht, worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid; en
niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Het college stelt ter nadere uitvoering van de tegenprestatie beleidsregels vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen andere bepalingen zijn opgenomen.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.5:
Artikel 15:
Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017