Naar hoofdinhoud
Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in dit besluit, worden de bepalingen van afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 3:60 – 3:79 Burgerlijk Wetboek in acht genomen. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt bij de uitoefening van bedoelde bevoegdheden het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, circulaires, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen van rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of bestuursorganen alsmede van gemeenschappelijke regelingen in acht genomen. De krachtens mandaat of volmacht opgedragen bevoegdheden moeten beperkt worden uitgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel