1. Conform artikel 4:38 van de wet kan het college de subsidieontvanger andere verplichtingen opleggen die bijdragen aan de doelstelling van de subsidie.
2. Conform artikel 4:40 van de wet kunnen deze verplichtingen na subsidieverlening nader worden uitgewerkt, voor zover vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.
3. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.
4. Bij subsidies verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven, inkomsten en resultaten. De verantwoording wordt niet vaker dan halfjaarlijks verlangd.
5. De subsidieontvanger is aan het college in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, eerste lid van de wet een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd.
6. De wijze waarop de hoogte van de in lid 5 bedoelde vergoeding wordt bepaald, wordt vastgesteld op het moment dat deze vergoeding daadwerkelijk verschuldigd is.
7. Bij de bepaling van de hoogte van de in lid 5 bedoelde vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, waarbij de waarde wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
8. Indien het de waarde van onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling als bedoeld in lid 7 door een onafhankelijke deskundige.
9. Voor zover een batig liquidatiesaldo mede door het toekennen van gemeentelijke subsidie is gevormd, kan het college het terugstorten van dit saldo in de gemeentekas verlangen tot het bedrag dat in totaliteit aan subsidie is verstrekt.
10. Het college kan toezichthouders, als bedoeld in artikel 5:11 van de wet, aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen die zijn opgelegd aan de subsidieontvanger.
11. De subsidieontvanger verleent aan het college, alsmede aan daartoe door het college aangewezen toezichthouders als bedoeld in lid 10, toegang tot haar activiteiten en tot haar accommodatie(s) voor zover die activiteiten en accommodatie(s) direct of indirect enige relatie hebben met de verstrekte subsidie.
12. Aan de toezichthouders als bedoeld in lid 10 wordt inzage gegeven in de boeken en bescheiden en worden inlichtingen verstrekt, welke voor een juiste uitoefening van hun functie in het algemeen en voor beoordeling van de uitvoering van het gesubsidieerde activiteitenpakket in het bijzonder nodig zijn.
Artikel 11.
Bijzondere verplichtingen subsidieontvanger
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening gemeente Twenterand 2017