Het college kan de cliënt in aanmerking brengen voor beschermd wonen indien de cliënt:
is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; en
24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) begeleiding, dagactiviteit al dan niet gecombineerd met respijtverblijf in een instelling niet als passende bijdrage kunnen worden aangemerkt; en
deze (mede) gericht zijn op het in staat stellen van de cliënt om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Een beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar het toezicht en de aangewezen ondersteuning wordt geboden.
Een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen wordt gesteld in de vorm van een zorgarrangement.
Het zorgarrangement bestaat uit modules die specifiek betrekking hebben op de aard van de noodzakelijke begeleiding en het bijbehorend toezicht.
Er zijn drie zorgarrangementen waarvan de inzet mede afhankelijk is van de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt zoals die door het college zijn vastgesteld tijdens het onderzoek als bedoeld in art. 2.3.2 van de wet.
Elk zorgarrangement kan worden aangevuld met de maatwerkvoorziening dagactiviteit al dan niet met vervoer naar de locatie waar de dagactiviteit wordt geboden.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 12.
Beschermd wonen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Veenendaal