De inzameling kan plaatsvinden via:
een inzamelmiddel voor de gebruiker van één perceel;
een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen;
een inzamelvoorziening op wijkniveau;
Het college kan aanwijzen via welk al dan niet door de inzameldienst verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt. Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
Voor restafval van huishoudens:
Een (ondergrondse) verzamelcontainer voor gebruikers van een aantal percelen;
een namens de inzameldienst verstrekte rolcontainer voor de gebruiker van één perceel.
Voor GFT-afval van huishoudens:
een namens de inzameldienst verstrekte rolcontainer of afvalemmer voor de gebruiker van één perceel (laagbouw);
een verzamelcontainer voor de gebruikers van een aantal percelen.
Voor oud papier en karton:
een namens de inzameldienst verstrekte duo container voor de inzameling van zowel oud papier en karton als PBD voor de gebruikers van één perceel;
een (ondergrondse) verzamelcontainer op wijkniveau.
Voor verpakkingsglas:
een (ondergrondse) verzamelcontainer voor glas op wijkniveau.
Voor textiel :
een (ondergrondse) verzamelcontainer voor textiel op wijkniveau.
Voor PBD:
Een namens de inzameldienst verstrekte duo container voor de inzameling van zowel oud papier en karton als PBD;
Een (ondergrondse) verzamelcontainer voor PBD op wijkniveau.
De in artikel 3 genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen zijn ook in te leveren op het milieuplein.
De loopafstand tot een verzamelcontainer voor gebruikers van een aantal percelen bedraagt maximaal 250 meter.
Artikel 4.
Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Haarlem 2017