Krachtens artikel 10 van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van de verstrekte inzamelmiddelen vast:
Regels over het gebruik van inzamelvoorzieningen op wijkniveau (verzamelcontainers PBD, oud papier en karton, verpakkingsglas en textiel):
De inzamelvoorziening op wijkniveau dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor het is bestemd (verzamelen en bewaren van PBD, Oud papier en karton, textiel en verpakkingsglas).
Het is verboden gevaarlijke stoffen in de inzamelvoorzieningen aan te bieden.
De categorieën afvalstoffen waar de inzamelvoorzieningen op wijkniveau voor zijn bedoeld, mogen niet anders dan in deze inzamelvoorzieningen worden aangeboden aan de inzameldienst.
De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en/of inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt.
De inworpopening dient na gebruik goed te worden gesloten, er mag niets uit de inworpopening steken.
Het is verboden om afvalstoffen op, om of naast de inzamelvoorziening te plaatsen. Ook indien de inworpopening in storing is of de container om een andere reden niet bruikbaar is. Een defect dient te worden gemeld bij deze inzameldienst.
Gemorst afval bij het aanbieden, dient te worden opgeruimd.
Regels over het gebruik van inzamelvoorzieningen voor een aantal percelen (verzamelcontainer restafval en GFT):
De inzamelvoorziening voor een aantal percelen dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor het is bestemd (verzamelen en bewaren van restafval en GFT).
Het is verboden gevaarlijke stoffen in de inzamelvoorzieningen aan te bieden.
De categorieën afvalstoffen waar de inzamelvoorzieningen voor een aantal percelen voor zijn bedoeld, mogen niet anders dan in deze inzamelvoorzieningen worden aangeboden aan de inzameldienst.
De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt.
De inworpopening dient na gebruik goed te worden gesloten, er mag niets uit de inworpopening steken.
Het is verboden om afvalstoffen op, om of naast de inzamelvoorziening te plaatsen. Ook indien de inworpopening in storing is of de container om een andere reden niet bruikbaar is. Een defect dient te worden gemeld bij deze inzameldienst.
Gemorst afval bij het aanbieden, dient te worden opgeruimd.
Regels over het gebruik van inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel (rolcontainer en duocontainer):
De inzameldienst is bevoegd om de rolcontainer te voorzien van een chip met een uniek nummer en een sticker waarop staat vermeld: een straatnaam, huisnummer, postcode, plaats, afvalstroom waar de container voor is bestemd, volume van de container en een barcode.
De gebruiker van een perceel dient zich tot de inzameldienst te wenden, indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot inzamelmiddel en/of afvalpas wordt aangetroffen.
De inzamelmiddelen blijven eigendom van de inzameldienst en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden.
Vlees of vis mag zowel in de restafvalrolemmer als GFT rolemmer worden aangeboden. In verband met stankoverlast mag men dit afval in het eerst aan te bieden inzamelmiddel plaatsen. Vlees of vis mag niet in een inzamelmiddel bedoeld voor andere afvalstromen dan restafval of GFT worden aangeboden.
De verstrekte inzamelmiddelen mogen alleen worden gereinigd met water.
De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen en afvalpas als ware deze zijn eigendom. Het is niet toegestaan het identificatiemiddel te verwijderen, te beschadigen of op enig andere wijze onleesbaar of onbruikbaar te maken.
De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen zodanig te gebruiken en aan te bieden dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt.
Het deksel van de rolcontainer dient gesloten te zijn op het moment van aanbieden.
De rolcontainer dient met de handvaten richting de weg te worden aangeboden.
Indien een rolcontainer geheel of gedeeltelijk niet geleegd kan worden door toedoen van de gebruiker of door omstandigheden buiten de schuld van de inzameldienst (o.a. vastklemmen, vastvriezen van afval) is dit voor risico van de gebruiker.
Indien de inzameldienst in het inzamelmiddel afvalstoffen aantreft die hierin niet aangeboden mogen worden, is het de inzameldienst toegestaan om deze niet te legen. De gebruiker van een perceel kan het inzamelmiddel bij een volgende inzamelronde aanbieden, mits het verkeerd aangeboden afval is verwijderd.
Gebruikers kunnen een extra rolcontainer bij de inzameldienst aanvragen onder vermelding van de reden. De kosten hiervoor worden jaarlijks vastgesteld door de inzameldienst en gepubliceerd op de website van de inzameldienst.
Het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in rolcontainers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de rolcontainer op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd.
Uit de inzamelmiddelen mag geen afval steken.
Op de dagen dat niet wordt ingezameld, dienen rolcontainers op eigen terrein van de beheerder van een perceel te worden gestald.
Het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden rolcontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 60 kilogram.
De inzamelvoorziening voor één perceel dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor het is bestemd. Het is verboden om het voor een andere afvalstroom te gebruiken.
Het is verboden om afval anders dan in het daarvoor beschikbare inzamelmiddel aan te bieden. Afval dat ernaast is geplaatst wordt door de inzameldienst niet meegenomen en dient door de aanbieder te worden verwijderd.
Per inzamelronde mag een rolcontainer maar één keer worden aangeboden.
Inzamelmiddelen die niet namens de inzameldienst zijn verstrekt, die voor lediging worden aangeboden of op de openbare ruimte zijn geplaatst, worden zonder nadere aanzegging in beslag genomen.
Regels over het aanbieden van afvalstoffen zonder inzamelmiddel:
De volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen mogen zonder inzamelmiddel worden aangebonden:
Grof huishoudelijk afval
Wit- en bruingoed
Grof tuinafval
Verduurzaamd hout
Grotere stukken metaal
Het aanbieden van de onder lid a genoemde categorieën afvalstoffen kan op afroep plaatsvinden; de aanbieder dient voor de inzameling op afroep een afspraak te maken met de inzameldienst.
Het grof afval dient op de afgesproken dag op een voor het inzamelmaterieel bereikbare (zo dicht mogelijk bij de rijbaan) en aangewezen aanbiedplaats in de directe nabijheid van de woning klaar te staan. Grof huishoudelijk afval dient op de begane grond te worden aangeboden.
Per afspraak mag maximaal 2 m3 grofvuil worden aangeboden.
Kleinere stukken grof huishoudelijk afval moeten zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en -gebonden worden overgedragen of aangeboden waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 1,5 m en niet zwaarder dan 25 kilogram. Banken, matrassen, bedden, etc. hoeven niet aan deze lengte- en gewichtregels te voldoen. Grof huishoudelijk afval dat niet op de juiste wijze is aangeboden, wordt niet door de inzameldienst meegenomen en dient door de aanbieder direct te worden verwijderd.
Het aangeboden afval mag geen aanleiding geven tot verwondingen; scherpe delen en spijkers dienen vooraf te worden verwijderd.
De volgende soorten bouw- en sloopafval mogen niet op afroep worden aangeboden: steenachtig bouw- en sloopafval, gips, spiegel- en of glashoudend afval, zand, puin, cellenbeton, bitumineus dakafval, teermastiek en dakgrind. Deze stromen mogen wel op het milieuplein worden aangeboden.
Bedrijfsafval wordt niet als grof huishoudelijk afval aangemerkt.
Bij de afgifte van afvalstoffen op het milieuplein is het Acceptatiebeleid Milieuplein van toepassing.
De ontdoener van afvalstoffen moet zich bij of op het milieuplein kunnen legitimeren als inwoner van gemeente Haarlem, Haarlemmerliede, Spaarnwoude en Zandvoort.
Regels over het gebruik van de afvalpas:
De door de inzameldienst verstrekte afvalpas behoort bij het perceel.
Het beheer van de inzamelvoorziening en afvalpas die in bruikleen zijn verstrekt, berust bij de inzameldienst.
De gebruiker van een perceel dient zich tot de inzameldienst te wenden indien bij een verhuizing naar een perceel geen afvalpas wordt aangetroffen. Bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een afvalpas dient een gebruiker zich eveneens tot de inzameldienst te wenden.
De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen afvalpas als ware deze zijn eigendom.
Bij verlies of beschadiging van de afvalpas, waardoor deze niet meer bruikbaar is, kan tegen een vergoeding een nieuwe pas bij de inzameldienst worden aangevraagd. De kosten hiervoor worden jaarlijks vastgesteld door de inzameldienst en gepubliceerd op de website van inzameldienst. Een onbeschadigde pas die het niet doet, wordt kosteloos vervangen.
Per perceel waaraan als inzamelvoorziening een (ondergrondse) verzamelcontainer is toegewezen wordt maximaal één afvalpas voor (ondergrondse) inzamelvoorzieningen verstrekt.
De gebruiker van een afvalpas blijft ten allen tijde verantwoordelijk voor het gebruik van de afvalpas voor inzamelvoorzieningen.
Op grond van artikel 3, eerste lid van de Afvalstoffenverordening en op grond van artikel 2, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit aangewezen inzameldienst is bevoegd om de afvalpassen voor (ondergrondse) inzamelvoorzieningen en de chips/stickers van rolcontainers te koppelen aan adresgegevens en deze te registreren. Deze koppeling van adresgegevens aan inzamelvoorzieningen en afvalpassen is nodig om:
De afvalinzameling uit te kunnen voeren, waaronder adresgebonden inzameling;
in geval van overtreding van de regels van de Afvalstoffenverordening en Uitvoeringsbesluit gericht op het gebruik van het inzamelmiddel en/of voorziening en de wijze van aanbieden van afval, toezicht en handhaving mogelijk te maken. Dit betreft onder andere het voorkomen van afvaltoerisme en het dumpen van (bedrijfs)afval;
doelmatig afvalbeheer conform artikel 10.21 t/m 10.29 van de Wet milieubeheer uit te kunnen voeren wat betreft het gescheiden inzamelen van afvalstromen, het waarborgen van de kwaliteit van de afzonderlijke afvalstromen en het monitoren van het gebruik van de gemeentelijke inzamelvoorzieningen;
vragen van bewoners te beantwoorden en mededelingen te doen;
de efficiency van de afvalinzameling te verbeteren, waaronder routeoptimalisatie.
Artikel 8.
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Haarlem 2017