Naar hoofdinhoud
1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen 2. . Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen onaangelijnd buiten de bebouwde kom: op het terrein van een openbaar en als zodanig door burgemeester en wethouders aangeduid viswater; op het terrein van een openbare speelgelegenheid; op het terrein van een openbare picknickplaats; op sportcomplexen; op een openbaar plantsoen; in het Diergaardsbos in Maria Hoop en het Marissen-Kranenbroek in Pey zijnde een bos- en/of natuurterrein (met een recreatieve functie) als zodanig aangewezen; binnen een afstand van 50 meter van overige dieren en vee; binnen een afstand van 50 meter tot woningen, tenzij de hond zich op een privéterrein bevindt met toestemming van de rechthebbende hierop; op andere door het college aangewezen locaties. 3.. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 4.. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Rechtspraak bij dit artikel