Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4.. Bij de toepassing van de in lid 3 opgenomen weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de openbare inrichting; de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en; het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende. 5.. De vergunning wordt eveneens geweigerd indien geen met een verklaring omtrent gedrag gelijk te stellen verklaring uit het buitenland is overgelegd van de exploitant en beheerder indien de beheerder en/of de exploitant afkomstig is uit het buitenland en sinds drie jaar of korter in Nederland verblijft of nog in het buitenland woonachtig is. 6.. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorginstelling; een museum; of een bedrijfskantine of – restaurant. 7.. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel